Sjoerd van den Brink
Al meer dan 25 jaar werkt hij in de rondhouthandel. Eerst als inkoper, later als directeur. Daarnaast is hij bestuurlijk actief binnen AVIH en SKBNL (ErBo). Iemand die het bos, de markt en de praktijk van binnenuit kent en die zich hardop afvraagt waar de Nederlandse houtsector naartoe beweegt.
Wat staat er op het spel?
Over de toekomst van de houtoogst in Nederland is hij opvallend open. “De waarheid is dat de houtoogst eerder zal dalen dan stijgen.”
Hoewel er in beleid en visies wordt gesproken over het verhogen van de houtvoorzieningsgraad, ziet hij in de praktijk een tegengestelde beweging. “De vraag is of we over tien jaar in Nederland nog bomen zagen, los van regulier onderhoud en veiligheid. Dat is oprecht mijn zorg.”
Volgens hem is het beeld rondom houtoogst de afgelopen jaren sterk gekanteld. “Er is een beeld ontstaan dat houtoogst slecht is: bosvernietiging, biomassa, verkeerde framing. Wij hebben daar als sector onvoldoende tegengas tegen gegeven. Daardoor staan we nu met 10–0 achter.”
Het gevolg is dat veel boseigenaren afhaken. “Je krijgt vooral commentaar. Dan kiezen mensen met zwakke knieën voor de makkelijkste weg: laat de buurman het maar doen.”
Hoe zijn we hier beland?
Binnen de regelgeving mag houtoogst nog steeds, maar het wordt steeds ingewikkelder. “Als je niet meer weet hoe je het moet aanvliegen, wat moet je dan doen? Dan laat je het uiteindelijk maar.” Volgens hem ontbreekt het aan praktische ondersteuning en vertrouwen. “Misschien zou er vanuit de sector meer aandacht moeten zijn voor de vraag: hoe ga ik verantwoord om met houtoogst?”
En waar je vroeger in het bos nog uitleg kon geven aan een wandelaar, speelt het debat zich nu vooral online af. “Via sociale media wordt er vanuit de Randstad van alles geroepen over een oogst in de Achterhoek. Mensen hebben vaak geen idee van de context, maar voelen zich wel geroepen een oordeel te vellen.” Dat maakt het werk ingewikkelder en vergroot de afstand tussen praktijk en maatschappij.
De bredere context: markt en wereld
Tegelijkertijd speelt de houtsector al jaren op een internationaal speelveld. “Hout is al meer dan tien jaar schaars. Er is wereldwijd een tekort, dat nu vooral wordt gemaskeerd door calamiteiten.” Hij wijst op Scandinavië, waar veel zaaghout is geoogst en deze landen nu afhankelijk worden van import. “Wij denken in Nederland dat er uit andere bosrijke landen oneindig gezaagd hout kan komen, terwijl we in Nederland lang niet alle bijgroei oogsten. Natuurlijk is de kwaliteit verschillend, maar we zouden in Nederland meer verantwoordelijkheid mogen nemen en meer mogen bijdragen aan de houtmarkt. Alle kleine beetjes helpen.”
Ook de marktstructuur verandert. “In Nederland zie je enorme schaalvergroting. Waar je vroeger 200 tot 300 bedrijven had, zijn dat er nu nog zo’n 60. Over tien jaar misschien 10 tot 15.”
Die ontwikkeling ziet hij ook in Duitsland en andere buurlanden. “Dat is zorgelijk, want een markt heeft voldoende spelers nodig. Te weinig partijen maakt het systeem kwetsbaar.”
Kansen tussen de druk
Nieuwe regelgeving, zoals de EUDR, ziet hij niet alleen als last. “Het is ook een kans. Als wij dat stuk goed organiseren, kunnen we ons onderscheiden.” Transparantie, herkomst en zorgvuldigheid worden belangrijker, en dat vraagt om professionalisering.
Voor hem is het onbegrijpelijk dat Nederland ondertussen hout importeert. “Het kan toch niet waar zijn dat we hout uit Canada halen, terwijl we het hier gewoon hebben.” Volgens Sjoerd liggen er kansen om Nederlands hout hoogwaardiger toe te passen, bijvoorbeeld via nieuwe verwerkingstechnieken. “Dan maak je er echt iets van, in plaats van het weg te zetten als probleem.”
Samenwerking als voorwaarde
Zijn bestuurlijke inzet voor AVIH en SKBNL(ErBo) komt voort uit die overtuiging. “Alleen door samenwerking kan de rondhoutmarkt in Nederland een bijdrage leveren aan verduurzaming.”
ErBo is een noodzakelijke basis om te kunnen werken, AVIH is een bewuste keuze. “Juist dat maakt AVIH waardevol. De regelgeving is ingewikkeld, maar die meerwaarde die een branchevereniging levert, het is zonde als dat verloren gaat.”
Ook op het gebied van communicatie ziet hij een gezamenlijke opgave. “Als sector moeten we het verhaal over hout beter vertellen. Niet defensief, maar inhoudelijk en eerlijk.”
De mens achter het vak
Wie hem vraagt hoeveel uur hij werkt, krijgt geen strak antwoord. “In mijn hoofd ben ik er altijd mee bezig. Je staat ermee op en je gaat ermee naar bed.” Die betrokkenheid komt niet uit het niets. “Ik ben grootgebracht in het bos. Mijn ooms waren boswachters. Het bos vond ik leuker dan school.”
Sinds zijn 21e werkt Sjoerd al in de houtsector. “Ik denk eerlijk gezegd dat ik alleen maar dit kan.”
Wat hem drijft, is de combinatie van inhoud en praktijk. “De puzzel van grondstoffen, logistiek, contacten en verwachtingen. Dat blijft mooi.”
Vooruitkijken
Als hij alles overziet, blijft één conclusie overeind: de toekomst van de Nederlandse houtsector is geen vanzelfsprekendheid. “Maar zolang er hout groeit in Nederland, moeten we blijven nadenken over hoe we daar verantwoord mee omgaan.”
Dat vraagt om vakmanschap, samenwerking en mensen die bereid zijn verantwoordelijkheid te nemen – ook als dat schuurt. “Om van een lokale duurzame grondstof als hout gebruik te kunnen blijven maken in de toekomst kan men niet niets doen. Het vraagt om keuzes.”

