Gert Boeve

Gert Boeve

Gert Boeve

Twaalf jaar AVIH: tussen vakmanschap, verantwoordelijkheid en volhouden

Twaalf jaar bestuurslid zijn van de AVIH betekent meebewegen met een sector die continu onder druk staat. Het betekent belangen afwegen, regelgeving volgen en steeds opnieuw zoeken naar ruimte voor het vak. Voor dit bestuurslid, met een achtergrond in de houthandel en zagerij, was het bovenal een periode van betrokkenheid bij een vereniging die volgens hem een onmisbare rol vervult.

Een vereniging waar je terechtkunt

Als hij de AVIH moet typeren, komt steeds hetzelfde beeld terug: toegankelijkheid. De vereniging is er voor haar leden op de momenten dat het nodig is. “De AVIH is een club waar iedereen terecht kan. Een hechte vereniging en een belangrijke vraagbaak voor de leden, vooral richting overheidsinstanties en regelgeving. Bij problemen kun je altijd aankloppen. We zijn concurrenten van elkaar, maar we blijven wel menselijk.” Die menselijke kant heeft voor hem altijd zwaar gewogen. Juist in een sector waar er ook geconcurreerd wordt met elkaar, is het belangrijk om elkaar te blijven zien als collega’s in hetzelfde vak.

Van houthandel naar hele keten

Weliswaar 12 jaar bestuurslid, maar al jaren ondernemend in de sector, zag Gert Boeve de rol van de AVIH in de loop der jaren veranderen. “In de jaren ’90 ging het vooral om rondhouthandelaren. Later kwamen de machines, daarna biomassa en uiteindelijk de hele keten: aannemers, dienstverleners, bosbeheerders.” Die verbreding was onvermijdelijk. “De focus is breder geworden, maar dat moet ook. We hebben allemaal met hetzelfde bos te maken.”

Vanuit de zagerij aan de bestuurstafel

Zijn toetreding tot het bestuur kwam voort uit de wens om de sector breed vertegenwoordigd te houden. De AVIH zocht destijds nadrukkelijk naar iemand vanuit de zagerijsector. “Mijn hart ligt bij de zagerij, dat past bij mij.” Onder leiding van de huidige voorzitter, Maarten Willemen, werd afgesproken dat bestuursleden maximaal twaalf jaar zitting nemen. “Achteraf denk ik: misschien was negen jaar ook lang genoeg geweest, maar dat is persoonlijk. Het is goed om op tijd ruimte te maken voor nieuwe mensen en frisse ideeën.”

Ontmoeting als kracht

Hoewel hij zich zijn allereerste bestuursvergadering niet meer kan herinneren, zijn de Algemene Ledenvergaderingen hem altijd bijgebleven: “Die heb ik als heel prettig ervaren, vooral door de onderlinge contacten. In één middag spreek je veel mensen uit de sector. Dat is echt van waarde.” Een moment dat daar symbool voor staat, is het afscheid van voormalig voorzitter Kees Boon en de benoeming van Maarten als nieuwe voorzitter. “Er waren ontzettend veel mensen aanwezig. Toen realiseerde ik me: de belangstelling voor onze branchevereniging is echt groot.”

Een sector onder druk

Als hij zijn twaalf jaar in het bestuur in één woord moet samenvatten, kiest hij zonder aarzelen: lastig. “De sector is behoorlijk veranderd. Het is niet makkelijker geworden. Elk jaar kwamen er meer regels bij, en de exploitatie kreeg steeds meer klappen.” Ook voor zagerijen is de druk toegenomen. “Hout moet van steeds verder weg komen. Dat maakt het ingewikkeld en kwetsbaar.”

Beeldvorming en bosbeheer

Een terugkerend punt van zorg is de manier waarop de bos- en houtsector in het publieke debat wordt neergezet. Bosbeheer wordt al snel gezien als aantasting van natuur, terwijl het volgens hem juist draait om zorg en continuïteit. “Veel mensen denken dat wij het bos leegroven. Dat is een misvatting. Een jager schiet toch ook niet het laatste varken dood?” Wat vaak ontbreekt, is het besef dat een bos zonder beheer achteruitgaat. Onderhoud is geen bedreiging, maar een voorwaarde voor een vitaal bos op de lange termijn.

Die visie verklaart ook zijn bewondering voor het bosbeheer uit het verleden. “Begin 19e eeuw werden op plekken als de Veluwe en het Kroondomein bossen aangeplant waar eerst kale vlaktes waren. Toen begrepen ze wat bosbouw was.” Gert Boeve ziet parallellen met nu, maar dan in negatieve zin. “In Duitsland geldt: wat we eruit halen, planten we ook weer in. Dat is duurzaam ondernemen. In Nederland doen we dat nauwelijks nog.”

Wat moet veranderen

Als hij één ding zou mogen veranderen in het Nederlandse bosbeheer, dan is hij duidelijk:
“Gewoon weer actief beheren. Kappen én herplanten, ook productiebos. Zodat volgende generaties verder kunnen.” Hij stoort zich ook aan het gebrek aan begrip voor boswerkzaamheden. “Snelwegen kunnen dicht tijdens werkzaamheden, maar een mountainbike pad tijdelijk afsluiten voor onderhoud lijkt onmogelijk. Iedereen ziet het bos als ‘van zichzelf’.”

Zorgen en hoop

Over de toekomst van de sector is hij realistisch: “Als er niet wordt geplant en het beleid niet verandert, wordt het lastig. Vanaf 1980 is er weinig aangeplant. Voor de rondhoutsector ziet het er niet goed uit.” Toch is stoppen nooit in hem opgekomen.
“Het is me met de paplepel ingegoten. Ik ben trots op mijn bedrijf en blij dat de derde generatie nu meedoet. Ik denk in oplossingen. Het glas is halfvol.” En  juist de uitdagingen houden hem scherp. “Genoeg hout binnenkrijgen, omgaan met de houtmarkt , dat vind ik mooi. Het moet niet te makkelijk gaan. Uit het niets iets opbouwen, dat heeft me altijd aangesproken.”

Een laatste boodschap

Voor nieuwe bestuursleden heeft hij een heldere oproep: “Houd de vereniging sterk en zelfstandig. Je moet niet onder de 35 leden komen. Verenigd zijn is essentieel; anders gaat het bos op slot.”

Alleen met een goed georganiseerde vereniging kan de sector haar positie behouden in een landschap waar belangen, beleid en maatschappelijke verwachtingen steeds complexer worden.

Na twaalf jaar bestuurswerk draagt hij het stokje over, met de overtuiging dat een stabiele en betrouwbare AVIH ook in de toekomst onmisbaar blijft voor haar leden en voor de sector als geheel.