vlag-nederlands.png vlag-engels.png vlag-duits.png

Mythen & Realiteit

Mythe:

Nederlands hout: Waaibomen hout!

Realiteit:

  • Nederlands hout is kwalitatief goed hout.
  • Van Nederlands hout wordt nog weleens gezegd dat het niet van goede kwaliteit is. Terwijl hout van eigen bodem juist prima geschikt is voor een heleboel toepassingen. Ook als constructief bouwhout of meubelhout.
  • Het is niet vanwege de gebrekkige kwaliteit van het Nederlandse hout dat ons hout niet vaak in bepaalde toepassingen wordt ingezet, het is vanwege gebrek aan hoeveelheid en volume. De hoeveelheid en volume zijn mede bepalend voor de mogelijke toepassingen. Doordat onze bossen te klein zijn om een continue hoeveelheid van een bepaalde kwaliteit te leveren, worden de afzetmogelijkheden beperkt.

Mythe:

In Nederland hebben we geen houtproductie, we importeren alles.

Realiteit:

  • In Nederland is ongeveer 10% van ons landoppervlak bos. Dat komt neer op zo’n 360.000ha. In die Nederlandse bossen wordt wel degelijk hout geoogst. Daar komt jaarlijks toch nog ongeveer 1 miljoen m3 rondhout uit. Een deel van dit geoogste hout exporteren we naar het buitenland, waar het hout verwerkt wordt in allerhande producten (OSB, Spaanplaat, MDF, papier, karton).
  • Ondanks de oogst uit het Nederlandse bos, moeten we het grootste deel van onze houtbehoefte importeren. Met onze eigen bossen voorzien we voor een kleine 10% in onze eigen houtbehoefte. Als we onze bossen er meer op zouden inrichten, zouden we zeer zeker een groter aandeel van onze houtbehoefte kunnen halen uit eigen bossen zonder het bosareaal te vergroten.

Mythe:

Alle bossen moeten FSC gecertificeerd zijn.

Realiteit:

  • Boscertificering was oorspronkelijk opgericht om ontbossing in de tropen tegen te gaan. Boscertificering heeft tot doel dat bosproducten (waaronder hout) uit bossen komen die beheerd worden op een verantwoorde manier, zowel vanuit ecologisch, sociaal als economisch perspectief.
  • Van de gecertificeerde bossen zijn de meeste gesitueerd op het Noordelijk halfrond. In totaal is bijna 8% van de bossen (310 miljoen hectare) wereldwijd gecertificeerd. In Europa is meer dan 50% van de bossen gecertificeerd door een geloofwaardig certificeringschema. Het doel is om dat areaal te vergroten. Van het aandeel gecertificeerd bos in Europa is 55% gecertificeerd met PEFC certificaat en 45% met FSC. In Nederland is ook ongeveer 50% van het bosareaal gecertificeerd. Dit is allemaal FSC gecertificeerd. Naar verwachting zal het aandeel gecertificeerd bos de komende jaren gaan toenemen, omdat er sinds 2012 ook een bosstandaard van PEFC is, waarmee bossen in Nederland ook PEFC gecertificeerd kunnen worden.
  • Het feit dat FSC schema’s de voorkeur genieten van natuurbeschermingsorganisaties betekent niet dat het het enige geloofwaardige boscertificeringschema is. AVIH steunt alle geloofwaardige boscertificeringschema’s; zowel PEFC als FSC. Het is overigens goed dat er twee schema’s met elkaar concurreren, zodat ze elkaar scherp houden op het gebied van duurzaam bosbeheer, het verbeteren van het certificeringschema en het praktisch houden voor de bedrijven.
  • Er zijn meer overeenkomsten tussen FSC en PEFC dan verschillen. De verschillen worden echter opgeblazen door de media en de belanghebbenden van de twee organisaties.
  • Er is in Europa overigens wel een beperkende factor voor het certificeren van alle bossen. De kosten ervan zijn erg hoog, met name voor kleine en middelgrote bosbedrijven, waarvan er in Europa 16 miljoen in totaal zijn. In Nederland hebben we 1800 boseigenaren met bossen tussen de 5ha en 92.000ha. Daarnaast zijn er nog enkele tienduizenden (!) boseigenaren met een bos kleiner dan 5 ha.
  • Overigens is het ook zo dat in Nederland de bossen ook duurzaam beheerd worden zonder certificeringsschema. In onze Boswet is opgenomen dat wat bos is, ook bos blijft.

Mythe:

Oogst van hout is slecht voor het bos; bossen moet je met rust laten.

Realiteit:

  • Het oogsten van hout in bos zorgt er voor dat bossen hun vitaliteit behouden. Het tijdig en periodiek dunnen in bossen zorgt voor gezonde opstanden. Het uitvoeren van verjongingsvellingen biedt ruimte aan nieuwe, krachtige jonge bomen. In bossen strijden bomen continu met elkaar om zonlicht, zo erg dat als ze dicht op elkaar groeien, bomen alles op alles zetten om in de hoogte (naar het zonlicht) te groeien. Hierdoor kunnen bomen te weinig in de breedte groeien en worden ze kwetsbaar voor de wind. Wanneer er tijdig ruimte wordt gegeven aan bomen, zorgt dat voor een juiste verhouding tussen hoogte en diktegroei, waardoor de bomen een gezonde verhouding krijgen. Wanneer bomen op hun maximale hoogte zijn, blijft de boom in de dikte groeien. Ook daarvoor is het nodig de boom voldoende ruimte te geven zodat de volledige groeipotentie benut kan worden. Dit houdt de bomen en dus de bossen gezond.
  • Ook voor de flora en fauna is het oogsten geen probleem. De oogst in een perceel vindt eens in de paar jaar gedurende enkele dagen tot enkele weken plaats. Bosdieren zijn misschien geen fan van ronkende machines, maar zodra de machine uitstaat behoort deze alweer tot hun habitat en foerageren ze om machines heen, of rusten ze op het dak van de forwarder uit. Geen probleem. Over het algemeen gaat het heel goed met de bosflora en fauna en draagt oogst hier juist aan bij; door de oogst worden er veel verschillende (micro)habitats gecreëerd wat bijdraagt aan een grotere biodiversiteit.
  • Veel gehoord is dat bosmachines de bosgrond kapot rijden. Weliswaar zorgen de grote en zware machines voor bodemverdichting, maar door het nemen van extra maatregelen, hoeft er geen schade aan de bosgrond te ontstaan. De machines en de banden zijn zo ontworpen dat de druk minimaal is. Bovendien kan een machinist bij het oogsten de druk op de bosgrond verminderen door over de achter te blijven takken te rijden. Door te werken met vaste oogstpaden in het bos blijft bodemverdichting beperkt tot de paden, terwijl andere delen van het bos hier vrij van blijven. Overigens geldt dat op een droge bodem het effect van een houtoogstmachine op de bodem zeer beperkt is. In het natte seizoen echter, zijn de effecten veel groter.

Mythe:

Oude bossen worden vernietigd voor de vraag naar hout.

Realiteit:

  • In Nederland hebben we geen oerbossen. In Europa geldt dat 18,4 % van de bossen beschermd zijn voor biodiversiteit en landschapsdoeleinden. Van de 155 miljoen hectare is 28,6 miljoen hectare beschermd. In Nederland is van de 360.000 hectare circa 90.000 ha beschermd.
  • In Nederland is er veel wet- en regelgeving die zorgt voor bescherming van bossen en flora en fauna. Daarnaast worden particuliere boseigenaren gestimuleerd om rekening te houden met biodiversiteit.
  • In Nederland wordt gewerkt aan een Green Deal waarin de houtindustrie zich inzet om volledig over te gaan op duurzaam geproduceerd hout.
  • Vanaf 3 maart 2013 is het verboden om illegaal hout op de Europese markt te brengen.

Mythe:

Bossen worden vernietigd om alledaagse houtproducten zoals papier en houten balken te produceren.

Realiteit:

  • Ontbossing vindt voornamelijk plaats vanwege omvorming van bos naar landbouw, of door het verzamelen van brandhout.
  • Duurzaam bosbeheer waarborgt dat bosverjonging plaatsvindt en dat er continu nieuwe bomen worden geplant, zodat er een kringloop is in het bossysteem.
  • Papier wordt  gemaakt van het hout van dunnere bomen die bij dunningen worden geoogst en van resthout uit de zagerijindustrie.

Mythe:

Al het hout moet gerecycled worden.

Realiteit:

  • Bijna alle hout wordt gerecycled. Hout wordt apart van ander afval ingezameld in afvalstations en daar wordt het weer uitgefilterd in onbewerkt of bewerkt hout. Het onbewerkte hout kan vervolgens weer worden ingezet als grondstof voor sommige plaat-, vezel- of energie-industrie.
  • Resthout, hout dat door een bewerking ‘over’ blijft, zoals zaagsel, afkortstukken, etc., wordt ook ingezameld en in veel gevallen ingezet voor warmte en energieopwekking.
  • Overigens is de duurzaamheid van bossen al gegarandeerd als het hout uit duurzaam beheerd bos afkomstig is.

Mythe:

De houtindustrie is conservatief en verandert nooit.

Realiteit:

  • De houtindustrie is een moderne en technisch innoverende industrie.
  • De afgelopen jaren zijn er tal van vernieuwingen geweest op diverse gebieden, bijvoorbeeld zaagtechnieken. Hierbij kun  je denken aan toegenomen snelheid van zagen, toegenomen productiviteit, verbeteringen in speciale zaagtechnieken, en uiteindelijk betere kwaliteit van het zaagwerk, steeds met oog voor duurzaamheid.
  • Het verzagen van hout is bijna volledig geautomatiseerd.