vlag-nederlands.png vlag-engels.png vlag-duits.png

Transport & Logistiek

De markt voor Nederlands hout staat niet op zichzelf. Hout –in welke bewerkingsvorm dan ook- is materiaal dat over de landsgrenzen heen wereldwijd wordt verhandeld. Transport en logistiek van hout zijn dan ook belangrijke onderdelen van de houtketen.

‘Just in time’ levering van rondhout kan alleen worden gerealiseerd als alle betrokkenen in de keten tussen bos en industrie goed samenwerken. Het is voor de verwerkende industrie van groot belang om de werkvoorraad op het bedrijf klein te houden. Kunnen vertrouwen op stipte levering die jaarrond plaatsvindt is daarom essentieel.

Transport van hout kan over weg, over het spoor en over het water. Binnenvaart wordt steeds aantrekkelijker vanwege de beperking van fileleed, besparing CO2 en kosten. Hout werd vroeger ook al over water vervoerd, toen werd hout ‘gevlot’. Het is een beeld dat wij niet meer kennen maar dat eeuwenlang te zien was op de grote rivieren: het vervoer van hout door middel van gigantische vlotten. Zo’n houtvlot kon wel 3090 meter lang en 50 meter breed worden en de stammen waren wel tot 2 meter hoog opgestapeld. Al meer dan 1000 jaar geleden werden houtvlotten samengesteld die Rijnafwaarts naar hun bestemming dreven. Rond 1900 gingen nog circa 700 houtvlotten vanaf de omgeving van Mainz richting Nederland. Door veranderde bouwmethoden en de vestiging van de industriële houtverwerking in Zuid Duitsland kwam aan het varen met houtvlotten een eind.

Veel rondhoutvervoercapaciteit is in bezit van exploiterende rondhouthandelsbedrijven: zij voeren zowel de oogst als het transport uit zodat een optimale afstemming mogelijk is. Extra transportcapaciteit wordt ingehuurd bij vervoersondernemingen die zelf niet actief zijn in de bosexploitatie. De Nederlandse rondhoutvervoerders maken gebruik van modern materieel. Er zijn vrachtwagens voor het vervoer van langhout en voor korthout. Het meeste hout wordt als korthout vervoerd.

Bij de korthoutwagens zijn er nogal wat die zelf geen kraan meer hebben. Daarmee wordt gewicht uitgespaard zodat meer vracht kan worden meegenomen. In zo’n geval wordt het hout in het bos gelijk vanaf de forwarder op de vrachtwagen gezet en bij de industrie weer gelost door een kraan van het houtverwerkende bedrijf. Een strakke planning is dan nog meer noodzaak.

In de hele keten van bos tot hout maken de transportkosten een belangrijk onderdeel uit van de kosten die gemaakt moeten worden om de grondstof bij de verwerker te krijgen. Afhankelijk van sortiment en afstand kan dat tussen de 20% en 40% van de houtwaarde franco fabriek bedragen. Een hoge beladingsgraad is dus geboden en dat is dan ook de reden dat korthoutwagens als het even kan ook weer worden ingezet bij het vervoer van producten van spaanplaatindustrie of zagerij als retourvracht.

Het is lastig dat de verschillende EU-staten geen uniforme wetgeving kennen voor wat betreft het maximaal toelaatbare voertuiggewicht. In Nederland is dat 50 ton, in Belgie 44 ton en in Zweden en Finland 60 ton.


Interessant? Delen!