vlag-nederlands.png vlag-engels.png vlag-duits.png

Boswerk

Bomen groeien vanzelf, maar om bos te krijgen dat natuur-, hout- en recreatiewaarde heeft moet er heel wat werk worden verzet. Elk bos is anders en elke bosbezitter heeft andere wensen omtrent zijn bosinrichting. Die wensen veranderen vaak in de loop van de tijd. Daarom is het van belang goed na te denken over de planning van allerlei bosbeheerkeuzen. Er moet immers steeds worden nagedacht over de effecten op de lange termijn. De bomen die nu worden geplant vormen pas over tientallen jaren een nieuw bos en de bomen die nu worden geveld maken daar dan geen deel meer van uit. Het is ook maar de vraag of de wensen van nu over 50 jaar nog hetzelfde zijn. Bosbeheer en de uitvoering van boswerk is daardoor een speciaal vakgebied. Lange termijn doelen en korte termijn maatregelen hangen steeds nauw met elkaar samen. 

Actief bosbeheer is nodig om het bos nu en in de toekomst de gewenste functie te kunnen laten vervullen. Actief beheer levert namelijk gezonde opstanden op. Een bos waarin geen ruimte wordt gemaakt voor nieuwe bomen, waar alles bij het oude blijft, zal op den duur steeds minder vitaal worden en daarmee onaantrekkelijk. Plannen, meten, planten, zuiveren, opkronen, blessen, dunnen en eindkap zijn de bosactiviteiten om te zorgen dat bosbeheer leidt tot een bossen die zowel ecologisch, cultuurhistorisch, als recreatief aantrekkelijk en bovendien economisch interessant vanwege de hernieuwbare grondstofvoorziening.

Maar is het bos wel aantrekkelijk als er wordt gekapt? Natuurlijk: waar gehakt wordt, vallen spaanders. Als de velling echter vakkundig is uitgevoerd, is er na korte tijd weinig meer van te merken. Een Nederlands bos waar óók in wordt gemikt op houtproductie, is nog geen plantage met eideloze rijen stammen, saai en weinig aantrekkelijk om in te verblijven. Bos kan met een beetje gerichte aandacht voor de boomsoortensamenstelling, de oogstmomenten en de oogsthoeveelheden meer hout gaan produceren zonder dat de aantrekkelijkheid voor mens en dier eronder lijdt. Het is dan wel nodig dat de boseigenaar zijn terrein kent. Hij is op de hoogte van de bodemgesteldheid, boomsoorten, bijgroei, flora en fauna en houtkwaliteit. Hij heeft kaarten en een beheerplan voorhanden en beheert zijn bezit op een manier die de mogelijkheden voor de toekomst vergroot.

Dat klinkt als veel werk, maar dat valt best mee. Bovendien zijn er gespecialiseerde bosbouwondernemingen, zoals de leden van de AVIH, die de boseigenaar hierin met raad en daad kunnen bijstaan. Zij hebben de deskundigheid de oogst zo uit te voeren dat het hout de neste mogelijke opbrengst tegen de laagst mogelijke kosten krijdt. Ze kennen de rondhoutmarkt. Elk lid onderwerpt zich aan een erkenningsregeling en gedragscode van zorgvuldig bosbeheer waardoor de werkuitvoering het bos, flora en fauna en de wegen zo min mogelijk belast. Een goed af te spreken werkplanning in het juist seizoen helpt daarbij. Met betrouwbare bedrijven kan worden besproken of een bos- en marktontwikkelingen een dunning of verjongingsvelling rechtvaardigen. Een schatting van de nevenopbrengst van biomassa en de kosten van herplanting geeft vooraf duidelijkheid. De eindbeslissing blijft natuurlijk altijd bij de boseigenaar: die is baas in eigen bos.


Interessant? Delen!